14 december 2009

Evangelischen hebben niets met gnostiek

door Koos de Geest In ND editie?
Afgelopen zaterdag legde ds. Tj. Boersma op deze pagina een link tussen de evangelisch-charismatische beweging uit deze tijd en de gnostiek in de tweede en de derde eeuw. Pinkstervoorganger Koos de Geest herkent zich totaal niet in deze parallel.

Ds. Tj. Boersma trekt in zijn artikel 'Gods Geest werkt door Woord en Sacrament' (Nederlands Dagblad 14 mei) een parallel tussen de gnostiek en de 'evangelisch-charismatische beweging'. Aangezien de gnostiek is afgewezen door de kerk deugt de evangelisch-charismatische beweging ook niet, concludeer ik uit het artikel.

Het is een bekende manier van betogen als het om de evangelische beweging gaat. 'Ze zijn net als de ... (Montanisten, Wederdopers, vul maar in) en die deugden niet, dus...' Deze wijze van betogen ontslaat de schrijver kennelijk van de plicht argumenten te noemen, of zich te verdiepen in de beweging die hij afwijst. Als lid van, in mijn geval, de pinksterbeweging, blijf je na het lezen van zo'n stuk verbijsterd achter. Gaat dit over mij? Maar dat geloof ik helemaal niet. Ik verwerp de gnostiek toch?

Gnostiek leert dat er een geheime kennis is, waardoor je behouden moet worden. De evangelische beweging leert dat je alleen behouden wordt als je Jezus aanneemt als Redder en Heer.

Gnostische spreuken zijn vaak raadselachtig en moeilijk te begrijpen. De evangelische beweging wordt vaak juist verweten dat ze de zaken te eenvoudig maakt.

De gnostiek leerde dat het lichaam er niet toe deed; zondig er maar op los; of juist: geef je over aan ascese. De pinksterbeweging is juist vaak in opspraak gekomen door haar prediking over lichamelijke genezing: het lichaam wordt belangrijk geacht. De evangelische beweging heeft, als erfgename van de 19e-eeuwse heiligingsbeweging, ook altijd sterk de nadruk gelegd op seksuele reinheid.

Gnostiek herleeft in mijn visie zeker in onze tijd: bijvoorbeeld in de New Age-beweging. Die beweging wordt in de evangelische en charismatische beweging echter algemeen afgewezen.

Ds Boersma confronteert ons in zijn artikel op drie punten met de gnostiek: het Woord, de sacramenten en de kerk.

Het Woord.
De Evangelisch-charismatische beweging heeft dezelfde bijbel als ds. Boersma, in dezelfde vertaling. Een Bijbel dus waar het woord 'baptizoo', onderdompelen, is vertaald met 'dopen'. Een Bijbel waarin 1 Korintiërs 12, 13 én 14 in hun geheel mogen blijven staan, en zelfs Marcus 16. Een Bijbel met het Nieuwe én het Oude Testament. Een Bijbel die we steeds weer fris en existentieel moeten lezen: 'Wat wil God mij hier en nu door zeggen?'. Een Bijbel die we enerzijds in de context moeten lezen, terwijl we anderzijds de bril van de opwekkingsbewegingen, in welks traditie we staan, af en toe eens af moeten zetten.

Waarschijnlijk verschillen we er niet over van mening dat God ook andere wegen kan gebruiken om tot ons te spreken. Hij kan spreken door de dominee tijdens huisbezoek, door broeders en zusters onder de koffie, door omstandigheden, door huisarts of psycholoog en door nog veel meer. Het is echter altijd zaak dit te toetsen aan de Bijbel, Gods geschreven Woord. Gods Geest spreekt zichzelf niet tegen. Daarom heeft de Bijbel altijd het laatste woord.

Het sacrament.
Hier is ds. Boersma een beetje moeilijk te volgen. Want waar hij Gods Woord terecht op de eerste plaats zet, beroept hij zich voor de kinderdoop vooral op de kerkgeschiedenis. Hij slaat daarbij echter een stukje kerkgeschiedenis over. Voordat de kinderdoop werd ingevoerd, was er een heel andere praktijk. Mensen stelden hun doop juist zo lang mogelijk uit, tot vlak voor hun sterven.

Beide lijken me niet bijbels. Ik geloof in dopen op geloof door onderdompeling. Maar hoe kan ds. Boersma dat vergelijken met de gnostiek? Waren de apostelen, die op geloof onderdompelden (baptizoo), dan gnostici?

Met mij zullen de meeste evangelischen met de geciteerde opmerking van Luther over het avondmaal instemmen: 'Als je een christen wilt zijn; als je vergeving van zonden en eeuwig leven wilt ontvangen, kom dan hier!' In evangelische- en pinkstergemeenten mag in de regel ieder die Christus belijdt als Redder en Heer, meedoen met het avondmaal. Geheime kennis of lidmaatschap van een al dan niet geheime organisatie is niet vereist.

De kerk.
Ook wat de leer aangaande de kerk betreft herken ik me niet in het standpunt van de gnostici, zoals weergegeven door ds. Boersma.

Evangelische en pinkstergemeenten zijn er niet alleen voor de 'happy few' met bijzondere spirituele ervaringen. Ik durf zelfs te beweren dat deze gemeenten in het algemeen laagdrempeliger zijn dan de meeste andere kerken en gemeenten. Er zijn gemeenten die betrokken zijn bij het werk onder prostituees, onder verslaafden, of die geheel uit asielzoekers bestaan. 'Het lichaam van Christus', 'Het gezelschap van de Koning' leeft uit genade alleen.

Of, zoals Calvijn schreef: 'Waar het Woord Gods op betrouwbare wijze gepredikt en gehoord wordt en waar de sacramenten overeenkomstig de instelling van Christus bediend worden, daar is ongetwijfeld een kerk van God'.

Samengevat lijkt de gnostische beweging uit de tweede en derde eeuw van onze jaartelling noch op het eerste gezicht, noch bij nadere beschouwing op de 'evangelisch-charismatische beweging' in onze tijd. Wanneer men bezwaren wil vinden tegen deze beweging, zal men zich er oprecht in moeten verdiepen. Ik verzeker u, dan zult u er genoeg vinden.

Wir sind nur Bettler, das ist wahr. (We zijn bedelaars, dat is waar.)


Koos de Geest is arts en voorganger van een pinkstergemeente.

29 oktober 2009

Wright Wednesdays: Part 10

Wright Wednesdays: Part 10

Posted using ShareThis

21 oktober 2009

Goeie preek van John Piper!

Hier vindt u de preek!

15 september 2009

Allan R. Bevere: Jesus and Paul: Global Perspectives


Allan R. Bevere: Jesus and Paul: Global Perspectives

Jesus and Paul
Global Perspectives in Honor of James D. G. Dunn, a festschrift for his 70th Birthday
edited by B. J. Oropeza
edited by C. K. Robertson
edited by Douglas C. Mohrmann

Description

James D. G. Dunn has been one of the most influential New Testament scholars of the late 20th and early 21st centuries. His works have altered the very way biblical theologians view Jesus and Paul. This book is written in gratitude of his influence and mentorship. The focus of the work parallels the major research of Dunn’s career. It emphasizes the life and teachings of Jesus as remembered by his disciples, the new perspective on Paul, teachings in the Pauline letters, and relevant topics related to ancient Judaism, the Law, Soteriology and Christology in the New Testament.

Eerdmans published a festschrift for James D. G. Dunn’s 65th birthday. The scholars who contributed to this volume, however, were primarily colleagues and friends of James D. G. Dunn. Very few of Dunn’s former students, and none of those working under his supervision during his last decade at Durham, were invited to participate in the first festschrift. A new generation of scholars, who are being widely recognized in their respective fields and who have published a number of books, journal articles, and academic essays, would also now like the opportunity to honour their former teacher and to demonstrate to the scholastic community the breadth of his influence.

---------------------------------------------------------------------
New Testament Perspectives
Monday, September 14, 2009
James D.G. Dunn and the Quote of the Day
Having worked through 2 Corinthians in my master's thesis over 3 years ago, one of the quandaries in interpreting the letter is in handling the various partition theories (e.g. chs. 1-7, chs.8-9, and chs. 10-13) and how to adequately deal with the seemingly incongruous parts.

Here is a great quote in summarizing the difficulties from James Dunn in his latest, Christianity in the Making: Beginning From Jerusalem:

For myself, such hypotheses have the advantage of making sense of the puzzling factors...My only problem is with envisaging the situation and the motivation which caused some anonymous collector or editor to chop off the introductions and conclusions to each letter and simply stick the torsos together in such an awkward way as to raise the questions which the various amalgamation hypotheses are designed to resolve. Why not retain them as complete letters? Nothing was obviously to be gained by giving the impression that Paul wrote only two letters to the Corinthians rather than, say, five or more. If the editor felt so free to 'top and tail' the letters in question, what prevented him from exercising the same freedom to edit the material into a more coherent unit? Or if he was careful to excise greetings, thanksgivings and farewell, would we not have expected him to take care to ensure better links between the sections? Furthermore, unless the editing was done very early indeed, then we might have expected copies of one or more of these independent letters to have been made and circulated more widely, which would almost certainly have left some mark in the textual tradition. But of that there is none.

I do not believe the puzzle of 2 Corinthians is finally resolvable. The unavoidable fact is that all the data of the letter in its present form are capable of supporting a variety of hypotheses. What is frustrating in this, as in other debates on the beginnings of Christianity, is the unwillingness of some to make allowances for changes of circumstance or information or mood which might provide a perfectly adequate explanation of the various infelicities and disjunctures which grate on the ear of the twentieth-or twenty-first-century reader of such documents. The inadequacy of our historical imagination is often a greater problem than the puzzling data of a letter like 2 Corinthians (emphasis mine; 835-836).

Having been an advocate of one form of the various partition theories, I have since revised my thinking. To me the clincher is not having any evidence for any of these partition theories in our manuscript evidence. Some might accuse this as being an argument from silence, but I steadfastly maintain that a cautious and careful interpreter of this letter will ultimately be swayed by this inevitable fact. Furthermore, rhetorical conventions cannot and should not be set aside when evaluating these letters. Dunn is spot on when he accuses the historian for the lack of imagination in making allowances in viewing the text as an organic whole.

Posted by Matthew D. Montonini at 1:32 PM
Labels: James Dunn; 2 Corinthians

2 comments:
Mike S. said...
Matthew,

Great quote... I've been reading through Dunn's Theology of Paul the Apostle, and I have to say, he's been one of my favorite of late.

September 14, 2009 2:41 PM
Allan R. Bevere said...
Matthew:

A great quote from Dunn; and the fact that you are willing to look at evidence and revise your thinking is the mark of a good scholar.

September 14, 2009 3:35 PM

-----------------------------------------------------------------

Sunday, September 13, 2009
Catholic Approaches to Paul?
I'm reading the new book by Magnus Zetterholm Approaches to Paul: A Student's Guide to Recent Scholarship. It is an excellent summary of the dominant approaches to Paul today. I highly recommend it. Zetterholm identifies three approaches that are currently found in Pauline studies, especially with respect to Paul's relationship to Judaism as: (1) traditional, Reformational perspective; (2) the New Perspective; and (3) the "radical new perspective".

10 augustus 2009

Allan R. Bevere: Bishop N.T. Wright on the Postmodern Movement

Allan R. Bevere: Bishop N.T. Wright on the Postmodern Movement

17 mei 2009

'Spiritualiteit geeft smaak aan leven'

Geplaatst: 28 november 2008 - Nederlands Dagblad.

UTRECHT - Spiritualiteit is een onmisbare luxe: ze geeft smaak aan je leven, en zorgt ervoor dat je geloof niet bloedeloos wordt. Maar los van de relatie tot God is zij niet verkrijgbaar.

Dat betoogde Frans Maas, hoogleraar theologie in Nijmegen, vrijdag tijdens de faculteitsdag van de FKT, de Faculteit Katholieke Theologie. In de aula van het academiegebouw in Utrecht sprak hij over het thema 'Spiritualiteit: luxe of noodzaak?'.

Maas vergelijkt het geloof met begrippen uit de grammatica. Geloven, legt hij uit, is in de eerste plaats een werkwoord, dat in het leven van gelovigen vervoegd moet worden. Dat kan op drie manieren, aldus Maas. ,,Ten eerste is er de constaterende wijs. Op dit niveau draait het om kennis, om feiten, om de verhalen uit de Bijbel. Daarnaast is er ook de bevelende wijs. Hier gaat het om hoe je leeft, om je doen en laten dus. Tenslotte is er de aanvoegende wijs. 'Moge het zo zijn dat...' Op dit niveau gaat het om het verlangen, de laag van je emoties, van je hart. Het is op dit derde niveau dat spiritualiteit zich afspeelt'', aldus de hoogleraar. ,,Denk aan de Psalmen, die bol staan van de emoties. Of aan het Onze Vader.''

Als je een van deze drie manieren om het geloof te vervoegen verabsoluteert, ontstaat er een tekort, waarschuwt Maas. ,,Iemand die alleen maar gericht is op de leer wordt een betweter. Iemand die alleen maar gericht is op de regels wordt een commandantje, een moralist. En iemand die alleen maar in de aanvoegende wijs gelooft, wordt zweverig. Spiritualistisch, in plaats van spiritueel.''

In principe voegt spiritualiteit niets toe aan wat we al weten, vervolgt Maas. ,,Spiritualiteit geeft geen nieuwe informatie. Eigenlijk is alles al gezegd in de leer en de ethiek. Maar zonder het hart, zonder de betrokkenheid, wordt het geloof dor en droog. Het gebed zorgt ervoor dat je niet onverschillig wordt, het geeft smaak aan je leven. Het zorgt ervoor dat je geloof niet bloedeloos wordt.''

Maas constateert dat spiritualiteit steeds populairder wordt in onze cultuur. ,,Maar zonder de relatie tot God wordt spiritualiteit oppervlakkig. Hier ligt voor de theologie een belangrijke taak, want in veel seculiere spiritualiteit wordt deze verticale dimensie losgelaten'', aldus Maas. ,,Spirituele praktijken krijgen daarmee iets dwingends. Het moet dan allemaal uit de mens zelf komen.''

Dit gaat volgens Maas in tegen wat het christendom leert. ,,Wij hebben het niet zelf in handen. Je kunt spiritualiteit niet los zien van de Heilige Geest die in ons werkt en ons kracht geeft. In veel seculiere spiritualiteit gaat het puur en alleen om het effect. Als het werkt, is het goed. Maar eigenlijk is het effect maar een bijkomstigheid. Het gaat ten diepste om God. Dat er ook heilzame effecten zijn voor de mens, is mooi meegenomen'', aldus Maas.

Wipwap
Hierna sprak prof. dr. G. Freeman over 'spiritualiteit als spel'. De metafoor van het spel is volgens hem behulpzaam om te begrijpen wat spiritualiteit is. ,,Met spel bedoel ik niet dat het geloof een fictie is, of dat je het niet serieus moet nemen'', preciseert Freeman. ,,Maar net als het spel heeft spiritualiteit wel betekenis, maar geen doel. Het dient nergens toe. En toch kun je niet zonder. En zoals spel onmisbaar is voor de groei van het kind, zo is spiritualiteit onmisbaar voor de groei van de gelovige'', aldus Freeman, die zijn lezing eindigde met een verhaaltje over een van de naaste broeders van Fransciscus van Assisi (1181-1226), een rooms-katholiek heilige.

,,Deze broeder ging eens naar Rome toe. Een menigte liep hem tegemoet om hem te verwelkomen. Dat vond deze broeder maar niets, want het zou hem een reden tot zondige trots kunnen geven. Toevallig zag hij twee kinderen op een boomstam wipwappen. De broeder vroeg of hij mee mocht doen, en zo zat hij de hele dag met de kinderen te spelen, totdat de mensen moe werden en naar huis gingen. Zo kon hij in alle rust zijn reis vervolgen'', vertelt Freeman. ,,Dit leert ons overig ook het evangelische wip-principe'', grapt hij. ,,Wie zich verhoogt zal vernederd worden, en wie zich vernedert wordt verhoogd.''

Laat kerk aansluiten bij spirituele zoeker

Geplaatst: 28 november 2008 20:30 door Diederick Eikelboom.

November is uitgeroepen tot 'Maand van de Spiritualiteit'. De organisatoren hebben deze maand het thema 'mijn betere ik' meegegeven om een discussie te starten over de zin van individuele zingeving. Een debat waarin de beperkte waarde van individuele spiritualiteit wordt opgemerkt en gezocht wordt naar gemeenschapszin. Zou juist daar de kerk iets kunnen betekenen?

Het thema 'mijn betere ik' sluit aan bij de superindividuele en vaak narcistische zoektocht van mensen naar spiritualiteit. Tegelijk willen de organisatoren ook een debat starten over juist dit individualistische element van deze spiritualiteit, ,,want kan 'mijn betere ik' wel op het spoor komen van die ander?''

De initiatiefnemers van deze Maand van de Spiritualiteit, het dagblad Trouw , uitgeverij Ten Have en de omroepvereniging KRO , komen zelf voort uit de traditionele kerk en de oude spiritualiteit.

Deze mediakunstenaars zijn slim genoeg deze maand geen 'Maand van de Godsdienst', 'Maand van de Kerk' of 'Maand van de Religie' te noemen. Duidelijk is dat de op dit moment zo populaire spiritualiteit niet geassocieerd wil worden met die oude spiritualiteit van de kerk.

Religie en kerk hebben in de vorige eeuw een steeds negatievere betekenis gekregen. De zelfstandig denkende, beslissende en voelende Nederlander had niet langer een boodschap aan een kerk die bepaalde wat je moest vinden en die met allerlei dogma's het leven wilde beperken. Tegelijk is het bijzondere dat deze uit de kerk vertrokken Nederlander niet meteen als ongelovig kan worden bestempeld, zoals blijkt uit het sociologisch onderzoek 'God in Nederland (1996-2006)'.

Egogoden
Het tij lijkt te keren voor het hyperindividuele in de spirituele zoektocht. Dat blijkt bijvoorbeeld uit de artikelen van filosoof Coen Simons in het NRC Handelsblad en Trouw . In het NRC van 1 november 2008 betoogt hij naar aanleiding van deze 'Maand van de Spiritualiteit' dat de hippe spiritualiteit de Nederlanders vooral tot narcistische egogoden maakt. Hij stelt dat de 'geestelijke zorg' waarin de kerk lange tijd heeft kunnen voorzien niet kan worden vervangen door een individuele zorg voor het zelf. Even later: ,,Ik heb weliswaar ook nooit in de goden van de oude spiritualiteit geloofd, maar hun verhalen zijn veel meer zingevend dan die van de eigentijdse egogoden.'' En: ,,Als iedereen zijn eigen zin nastreeft, wordt niet noodzakelijk de samenleving gelukkiger,,. Hieruit maak ik een hernieuwd verlangen naar een oude saamhorigheid op.

Dat verlangen naar saamhorigheid duikt op meer plaatsen op. Het komt terug in het motto van de huidige regering 'samen werken, samen leven'.

Daarbij worden Balkenende en Rouvoet met hun nadruk op de betekenis van gezinnen nogal eens weggezet met de karikaturale spruitjeslucht, maar het wijst naar dezelfde gewenste visie naar samenhang en solidariteit.

Deze roep naar saamhorigheid wordt breder in Europa gesignaleerd. Bijvoorbeeld in de prachtige reportages die verslaggever Marga van Praag maakte voor haar afscheid bij het Journaal. Ze interviewde daarbij voormalig DDR-inwoners die ze ook achttien jaar geleden had geïnterviewd, vlak na Die Wende . Eén opvallend woord kwam daarbij terug als ze vroeg naar de belangrijkste verschillen tussen toen en nu: 'saamhorigheid'!

Saamhorigheid
Deze saamhorigheid kon de kerk in het verleden nog bieden. Die kerk, die eeuwenlang dé plek was om naar toe te gaan voor religieuze en spirituele Europeanen, kan blijkbaar in haar huidige vorm de hedendaagse spirituele omnivoren die meer en meer zoeken naar saamhorigheid, niet boeien of bereiken.

Als kerken herkend willen worden als plaatsen van gemeenschap, zullen ze moeten zoeken naar nieuwe vormen van diepe en inhoudelijke gemeenschap, met maatschappelijke betekenis.

Gemeenschappen waar ruimte is voor veelkleurigheid en verscheidenheid. Waar afstand genomen wordt van een rationeel gedreven dogmatische en belerende houding die volgens de spiritueel zoekende Nederlander zo beroerd is aan die bestaande kerk.

Op dit moment wordt in Nederland druk met deze nieuwe manier van kerk zijn geëxperimenteerd. Een van de meeste genoemde vormen is het vanuit de Angelsaksische wereld overgewaaide Emerging Church , een postmoderne vorm van gemeente zijn, waarin christelijke tradities hebben plaatsgemaakt voor creatieve, experimentele vormen. Waarin oude rationele zekerheden van moderniteit en verlichting plaatsmaken voor creatief herontdekken van een verhaal, vol van mysterie en verwondering. Deze vorm, waarvan een duidelijke definitie ontbreekt (hoe postmodern!) wordt ook wel omschreven als een 'postdenominale' vorm van kerk zijn die past in een postchristelijk tijdperk. Emerging Church heeft veel aandacht, omdat dit verschijnsel behoorlijk beschreven is vanuit de Angelsaksische wereld en ook in Nederland door allerlei hippe, bloggende gemeentestichters van deze variant wordt bediscussieerd.

Monastiek
Een andere vorm van kerk-zijn die in grote delen van Rooms-Katholiek Europa van betekenis kan zijn, is de monastieke stroming van kerkelijke vernieuwing. Deze vorm vindt zijn inspiratie in de rijke kloostertraditie van Rooms-Katholieken, oosters-orthodoxen, Kelten en Anglicanen. Deze monastieke missionaire experimenten zijn nog pril, maar worden steeds meer door vernieuwers met evangelisch-protestantse achtergrond opgepakt. Ze zoeken naar een serieuze spirituele praktijk middenin het dagelijkse leven, met betekenis voor gemeenschap, maatschappij en milieu. Het gedachtegoed komt voor in verschillende gemeentestichtings- en kerkvernieuwingsinitiatieven, maar je vindt het ook terug in de natuur- en milieuhoek zoals bij Time to Turn en de Eemlandhoeve . Deze monastieke stroming is de moeite waard om kritisch te volgen als het gaat om het werkelijk toerusten van discipelen en het stichten van echte gemeenschappen. Maar zeker waard om belangstellend te volgen vanwege de goede aansluiting bij de Europese continentale cultuur, meer dan de Angelsaksische Emerging Church .

De discussies vanwege de 'Maand van de Spiritualiteit' laten zien dat er gezocht wordt naar de betekenis van spiritualiteit die samen beleefd wordt en betekenis heeft voor meer dan 'mijn betere ik'.

Dit is een enorme missionaire mogelijkheid voor de kerk. Maar die mogelijkheid wordt pas benut als de kerk de uitdaging aangaat om nieuwe vormen van gemeenschap te vinden voor de spirituele zoekers.

Diederick Eikelboom is directeur van ECM-Nederland, een zendingorganisatie die zich met zo'n 200 mensen richt op het stichten van gemeenten in Europa.